Geschiedenis van de Stichting Nationaal Blindenmuseum in vogelvlucht


Aanvankelijk heeft het bestuur van onze stichting naar mogelijkheden gezocht een blindenmuseum als zelfstandige instelling van de grond te krijgen. Toen dit niet haalbaar bleek, is het bestuur in overleg getreden met bestaande musea. Doel was te verkennen of de collectie van de stichting aan de collectie van het bestaande museum kon worden toegevoegd of dat de collectie van onze stichting als afzonderlijke verzameling onderdak kon worden verleend. Dit vond ongelukkigerwijs plaats in een periode waarin alle musea te kampen hadden met een krimpend subsidiebeleid van de overheid. Omdat resultaat uitbleef, heeft het bestuur na enige jaren deze verkenningen als structurele activiteit gestaakt. De nadien incidenteel ondernomen initiatieven op dit vlak hebben voorshands evenmin succes gehad.
We hebben als de gelegenheid zich voordeed contact gelegd met organisaties en personen die zich evenals wij het lot van het uit historisch oogpunt belangrijk geacht materiaal aantrokken en/of aantrekken. Tot een gezamenlijk project heeft dit echter nog niet geleid.

De ten tijde van de oprichting van onze stichting bijeengebrachte collectie is in de loop der tijd geleidelijk uitgebreid, ondanks het feit dat we geen actief verwervingsbeleid voerden. Dit laatste had alles te maken met het feit dat we voor de opslag van de collectie niet over een ruimte beschikten die goed bereikbaar was voor beheeractiviteiten. Dit gold in het bijzonder voor de eerste en de vierde locatie, beide in Huizen. De tweede verblijfplaats was wél goed bereikbaar, maar daar bestond grote onzekerheid over de duur van de beschikbaarheid. Dat was op het terrein van Bartiméus in Zeist. Toen we daar weg moesten wegens herbestemming van de locatie, verhuisde onze collectie naar een opslagloods. Vandaar is ze in 2000 naar een gebouw van Sensis in Grave overgebracht, onze derde locatie. Tezamen met Sensis en de Stichting KUBES wierven we subsidie voor de start van een museum met belevingsruimte, te vestigen in Grave. In afwachting daarvan bleven de voorwerpen ingepakt. Toen we het benodigde geld voor de helft aan toezeggingen bij elkaar hadden, bereikte ons het bericht dat de Le Sage ten Broekbibliotheek in Nijmegen een soortgelijk project ging opzetten en wel met geldmiddelen van het Ministerie van OCW ter dekking van de kosten van gedwongen afvloeiing van personeel in verband met de herstructurering van het blindenbibliotheekwerk. Onze poging om tot samenwerking te komen werd afgewezen. Voor het Graafse project zat er niets anders op dan van de plannen af te zien.
In 2006 is de collectie naar de vierde locatie verhuisd en wel op het terrein van Koninklijke Visio in Huizen. Ook daar was de duur van de beschikbaarheid van de ruimte onzeker. Bovendien was de locatie voor de betrokken vrijwilligers slecht met het openbaar vervoer bereikbaar en lieten de bouwkundige staat en de inrichting veel te wensen over. We gebruikten de ter beschikking gestelde ruimte samen met de Stichting KUBES. We moesten het gebouw halverwege 2014 verlaten om de sloop ervan mogelijk te maken. Koninklijke Visio heeft de verhuizing naar onze nieuwe locatie, in Ermelo, financieel gefaciliteerd door de verhuiskosten te vergoeden en door gedurende enige jaren de huurkosten te compenseren. Stichting KUBES heeft vor haar materialen en archief elders opslagruimte gehuurd.

Zie voor de website van de Stichting KUBES, kunst en cultuur voor blinden en slechtzienden:
www.kubes.nl (nieuw venster)

Sinds 15 juni 2014 bevindt het grootste gedeelte van onze collectie zich in Ermelo en wel in het pand van de CBB (Christelijke Bibliotheek voor Blinden en Slechtzienden). Het andere deel van onze collectie heeft onderdak gevonden op de zolder van het kantoorpand van de Vereniging Onbeperkt Lezen in Den Haag.

De ruimte in Ermelo die ons in 2014 in huur ter beschikking is gesteld, besloeg 35 vierkante meter. Dit was al te krap in verhouding tot de omvang van onze collectie. Op voorstel van de algemeen directeur heeft het bestuur van de CBB in april 2020 besloten ons een ruimte van 78 vierkante meter in gebruik te geven. Dit betekent dat we de gelegenheid hebben dat we onze bezoekers een meer museale omgeving in een aantrekkelijke ambiance kunnen bieden.

De verhuizing en inrichting hadden wat voeten in de aarde. Omstreeks 15 september 2020 waren we echter zo ver dat we bezoekers durfden te ontvangen.

Door de jaren heen hebben we ondanks de problemen met opslag en beheer van de collectie af en toe een tentoonstelling ingericht als onderdeel van een groter evenement. De daarbij ervaren belangstelling voor de gepresenteerde objecten bleef ons in de opvatting sterken dat het waardevol is de collectie te behouden, uit te breiden en, bovenal, voor bezoekers toegankelijk te maken.


terug naar de beginpagina van de website