door Ad van der Waals
(Eerder verschenen in Moet je Horen, luistermagazine voor blinden en slechtzienden; jrg. 2025, nummer 4 uitgave van De voorste kamer].)
Een landelijk centrum van en voor blinden en slechtzienden?
Het zal in 1986 zijn geweest dat er een 'ontbijtvergadering' werd georganiseerd in het Frits Tingenhuis aan de Van Sijpesteinkade 35 in Utrecht. Er zullen lezers zijn die herinneringen hebben aan de straat en het pand. Tussen 1984 en eind jaren negentig was het een klein vergadercentrum waar de NVBS en ook andere verenigingen hun vergaderingen konden houden. De aankoop door de NVBS veroorzaakte wel een crisis binnen de vereniging maar daarna werd het een begrip voor veel mensen die toen binnen de sector actief waren. Het pand heeft jaren geleden plaats moeten maken voor uitbreiding van het Centraal Station. Het kantoor van de NVBS was gevestigd in een huurpand, een paar huizen verderop, op nummer 25. De voorgevel en de (voor) kamer van de directeur kregen de status van gemeentelijk monument. Toen alle huizen aan de kade werden afgebroken moest dit huis intact blijven en het werd ingepast in een splinternieuw kantoorgebouw. Maar het Frits Tingenhuis was toen allang verleden tijd.
Terug naar de ontbijtvergadering. Een aantal personen kwam bijeen voor overleg over het realiseren van een centrale plek waar zoveel mogelijk organisaties en instellingen van en voor mensen met een visuele beperking hun activiteiten konden onderbrengen. Een landelijk blinden en slechtziendencentrum Nederland moest het worden; centraal gelegen dus. Zelfs de locatie was al bedacht: waar nu een groot hotel staat, tegenover de Van Sijpesteinkade, lag toen een braakliggend terrein waar her en der auto’s geparkeerd stonden. Vlak naast het station, dus ideaal bereikbaar maar waarschijnlijk dus ook onbetaalbaar.
Maar over de kosten ging het die morgen niet, wel over een gemeenschappelijk ideaal. Het centrum zou kunnen bestaan uit een werkvoorziening, een blindenbibliotheek met een productiecentrum voor braille en gesproken lectuur, een centrum voor advisering en dienstverlening en een informatie- en verkoopcentrum van hulpmiddelen. Het gebouw moest ook huisvesting bieden aan de kantoren van de belangenorganisaties van blinden en slechtzienden, van de koepelorganisatie VNBW en in ieder geval een aantal fondsen.
De toenmalige directeur van de NVBS trad op als gastheer met een tafel vol croissants, warme belegde broodjes, koffie, thee en verse jus d'orange en, jawel, bij een ontbijt hoorde ook de leestafel met de edities van de landelijke ochtendbladen van die dag.
Wie er allemaal waren weet ik niet meer zeker. Deelnemers waren in ieder geval directieleden of bestuursleden van een aantal instellingen: Sonneheerd, één van de blindenbibliotheken, de Landelijke Stichting voor Blinden en Slechtzienden LSBS, Bartiméus (dat al een steunpunt in Utrecht had), de VNBW, het Centraal Orgaan Lectuurvoorziening en natuurlijk de NVBS.
De burgemeester van Utrecht noemde in 2016 bij een bijeenkomst van de Oogvereniging Utrecht als hét centrum van de blindenwereld. Hij had toen waarschijnlijk geen flauw idee dat zijn beeld van de positie van zijn stad voor de blindenwereld wat overtrokken was. Maar zeker is dat hij geen weet had dat het ooit als ideaal op tafel had gelegen. Utrecht is niet verder gekomen dan de stad die met het Ooglijdersgasthuis de eerste oogartsenopleiding in ons land kende en waar de VNBW, het latere Oogfonds, de LSBS, de NVBS en de latere Oogvereniging hun kantoor hadden. Overigens is de NVBS zelfs nog enige tijd uitgeweken naar Houten, de LSBS huist al jaren in Ede, en de Ziezo-beurs heeft na allerlei omzwervingen nu toch in de Jaarbeurs een thuis gevonden.
Volgens de afspraak zou de directeur van de VNBW het idee van een landelijk centrum verder uitwerken maar het is daar nooit van gekomen. Ik vraag me zelfs af of de gedachte ooit aan de vergadertafels van de diverse instellingen aan de orde is geweest. Bij een van de vele pogingen van de overheid om de verdeeldheid binnen de lectuurvoorziening op te lossen is ooit als rigoureuze oplossing gesuggereerd alle productiebedrijven van audio en braille op een centrale locatie in het midden van het land samen te voegen. Verder dan Grave met een dependance in Rijswijk en Ermelo met een al veel langer bestaande vestiging in Sneek is het idee van centralisatie van dit onderdeel van de lectuurvoorziening niet gekomen.
Een landelijk centrum in Utrecht waar alle activiteiten van en voor mensen met en visuele beperking zijn samengebracht. Een mooie gedachte natuurlijk maar niet realistisch als je bedenkt hoeveel partners - allemaal voortgekomen uit en onderhouden door het particulier initiatief - er dan bij betrokken zouden kunnen of moeten worden. Bovendien zijn veel andere plaatsen geworteld in de herinnering van velen die ooit een beroep deden op zorg- en dienstverlening. De meeste bestuurders en medewerkers van de diverse instellingen hechten toch wel sterk aan hun geschiedenis en zelfstandigheid. Het liefst in de gemeente waar ooit met het werk gestart was en waar vaak ook een herkenbare plek in de plaatselijke gemeenschap verzekerd was.
Dat laatste is natuurlijk ondanks veel veranderingen het geval in plaatsen als Grave en Zeist. Visio is in Grave de opvolger van de voormalige instituten De Wijnberg en Henricus en van Theofaan; Dedicon is voortgekomen uit Het Gesproken Weekblad (HGW) en later het Centrum voor Gesproken Lektuur (CGL). Je kunt je niet voorstellen dat Grave het zonder een instelling voor blinden en slechtzienden zou moeten doen. Bartimëus staat gewoon gelijk aan Zeist - of omgekeerd - , ook na het ontstaan van talloze vestigingen elders in het land en na het opslokken van het Ermelose Sonneheerdt. En ja, de blindenwereld zonder Ermelo zou niet geweest zijn wat het nu is. Sonneheerdt kende een woonvoorziening en een werkinrichting waar allerlei nuttige producten gemaakt werden. Het was ook een productiecentrum van braille en het was een centrum van vakopleidingen. Niet te vergeten natuurlijk de Christelijke Blindenbibliotheek die ondanks alle woelingen in Ermelo in stand bleef en Dennenheul, dat toch ooit begonnen is als vakantieoord voor mensen met een visuele beperking. Ook het Nationaal Blindenmuseum is in Ermelo gevestigd.
Ik moet natuurlijk niet de grote steden Den Haag en Amsterdam vergeten. De eerste blindenbibliotheek stond in Den Haag, waar ook het initiatief werd genomen tot de oprichting van de eerste blindenbond. Bibliotheekservice Passend Lezen is er gevestigd; gehuisvest samen met totaal andere organisaties in De Rode Olifant, het monumentale gebouw bij het Malieveld; een gebouw dat op geen enkele manier lijkt op het vroegere pand van de blindenbibliotheek aan de Noordwal en de latere kolos aan de Zichtenburglaan. En dan Amsterdam waar aan het begin van de 19e eeuw de eerste school voor blinde leerlingen werd gesticht die pas in de jaren dertig van de vorige eeuw verhuisde naar Bussum. Bussum of Huizen, natuurlijk een begrip voor veel oudere lezers. Amsterdam kende ook het centrum voor de advisering over en de productie van lectuur voor studerenden - de latere Studie- en vakbibliotheek - in een gebouw aan het Molenpad. De tijd dat het lezen met de pc, de i-pad en de telefoon nog uitgevonden moest worden en je dus eindeloos moest wachten op de levering van school- en studieboeken in braille en later op geluidsband of cassette. Naast Amsterdam had ook Groningen jarenlang een afdeling braille in de Openbare Bibliotheek. En voordat overal in het land Visio, Bartimëus en Theofaan dependances van dienstverlening stichtten had het noorden van het land er al een in Haren.
Natuurlijk zijn er nog veel meer plaatsen te noemen die een rol speelden of nog steeds spelen in de herinnering van mensen met een visuele beperking. Amstelveen, Nijmegen, Wolfheze, Maastricht, Vught, Engelen, om er een paar te noemen.
Wat zou de wereld er anders uitgezien hebben als alles tezamen was gebracht op een centrale plek in het land. Maar ondanks het goed voorziene ontbijt in Utrecht is het er nooit van gekomen. Maar of ik dat betreur? Nee, eigenlijk niet.
naar de beginpagina van documenten
naar de beginpagina van de collectie
naar leer- en hulpmiddelen
naar interviews
naar de beginpagina van de website