Ondanks het slechte weer verwelkomt de voorzitter nog 23 leden, waarvan 6 speciaal, die als nieuwelingen voor het eerst in ons midden zijn.
De notulen van onze vergadering op woensdag 2 mei, worden behoudens een kleine onnauwkeurigheid goedgekeurd. Deze betreft de feestelijke bijeenkomst op 13 oktober te Rolde waar het Hendrik de Kokhuis niet officieel werd geopend maar in gebruik gesteld.
Onder het punt mededelingen volgt de bekendmaking betreffende een legaat, bestaande uit een radiogrammofooncombinatie plus platen, aan onze afdeling vermaakt. Toen ons bestuurslid Pasveer zich op de hoogte wilde stellen van deze erfenis, bleek deze reeds te zijn opgehaald door een onbekende dame. Hier klopt dus iets niet. Er zal naspeuring worden gedaan.
De bovengenoemde feestelijke bijeenkomst in het Hendrik Kokhuis werd namens onze afdeling bijgewoond door de heren Mullock Houwer en Bijleveld en mej. Veendorp. Ons geschenk voor deze gelegenheid bestond uit een som van f300 dat denkelijk voor grammofoonplaten zal worden besteed. De bijeenkomst kenmerkte zich door een heel gezellige sfeer.
Hierop brengt voorzitter een idee van mej. Veendorp naar voren. Deze voelt ervoor dat voor de middag van de bondsdagen iets wordt georganiseerd. Deze dient meest voor onderling contact. De algemene indruk is, dat men er in onze vergadering niet gemakkelijk iets beters voor kan bedenken.
Als volgend punt geeft de voorzitter een uitleg van zijn voorstel betreffende een volksverzekering voor arbeidsongeschiktheid. Dit voorstel werd door het hoofdbestuur niet geplaatst op het programma voor de bondsraadvergadering (15 december), maar doorgezonden naar sectie 1 van het Nederlands Blindenwezen, zodat ook onze zusterorganisaties er direct hun aandacht aan kunnen geven. Omtrent dit project dient er ook contact gezocht te worden met andere groepen van gehandicapten of invaliden.
Het voorstel luidt: de afdeling Groningen is van mening dat de Nederlandse Blindenbond alert moet tzijn t.a.v. de onwikkelingen inzake een volksverzekering tegen arbeidsongeschiktheid (v.a.o.) Het voornemen van de regering om de verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid niet alleen op de werknemers maar ook op de zelfstandigen en de jong-gehandicapten toe te passen moet van harte worden toegejuicht. Onder jong-gehandicapten worden verstaan zij, die ten gevolge van een lichamelijk, geestelijk of zintuigelijk gebrek, niet in staat zijn om zonder bijzondere voorzieningen door het verrichten van arbeid, ten minste een inkomen te verdienen, dat gelijk is aan de a.o.w.-uitkering, en-of volledig deel te nemen aan het culturele leven, en die hun handicap hebben gekregen, voordat ze de gelegenheid hadden aan het arbeidsproces deel te nemen. Laat-gehandicapten zijn dan zij, die hiertoe niet in staat zijn, en die hun handicap hebben gekregen nadat ze reeds aan het arbeidsproces hadden deelgenomen m.a.w. de overige gehandicapten. Juist omdat het regeringsvoornemen zo is toe te juichen, achten we het onze plicht de opbouwende critiek, die we hebben, te uiten.
A. De uitkeringsgerechtigden.
Aangezien iedereen die in Nederland woont verplicht zal zijn de premie voor de v.a.o. te betalen, zal ook iedereen in geval van arbeidsongeschiktheid gerechtigd moeten zijn een uitkering in gevolge deze regeling te ontvangen. De uitzonderingen, die de voorgestelde regelingen maken voor de vrouwen, die geen ander werk verrichten dan hun huishouding, is daarom volstrekt onaanvaardbaar.
B. De criteria voor de arbeidsongeschiktheid.
De regering stelt er twee voor:
1. De jong-gehandicapten: het buiten staat zijn om door verrichten van arbeid inkomen te genieten, dat ten minste gelijk is aan de a.o.w.-uitkering;
2. Voor de laat-gehandicapten: het buiten staat zijn om door verrichten van arbeid een inkomen te genieten dat ten minste 80 procent bedraagt van het arbeidsinkomen van iemand zonder deze handicap maar overigens in gelijke omstandigheden (aldus een korte samenvatting van artikel 18 w.a.o., dat de voorgestelde regelingen toepasselijk verklaart op de v.a.o.). Voor deze groep moet echter naar onze mening hetzelfde criterium gelden als voor de jong-gehandicapten.
c. revalidatie: Alle gehandicapten zullen volgens de voorgestelde regelingen recht hebben op revalidatie, d.w.z. op voorzieningen die de gevolgen van hun handicap zo veel mogelijk opheffen. Deze voorzieningen moeten echter naar onze mening een permanent karakter hebben. Ze mogen bijvoorbeeld niet ophouden na voltooiing van omscholing en herplaatsing, maar ze moeten ook bevorderen dat de gehandicapte in het economische en culturele leven ingeschakelt blijft.
d. Gehandicapt of invalide.
Alleen die gehandicapte die ondanks een revalidatiepoging geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt blijft, zouden we willen aanduiden als een invalide resp. als een mindervalide. Voor de gehandicapte die dank zij revalidatie volwaardige arbeid verricht, zijn deze aanduidingen niet passend, evenmin als voor een andere volledige arbeidskracht.
Hierna wordt het idee voor een regionaal gesproken blad naar voren gebracht. De heer Breemhaar zegt dat ondermeer in Utrecht zo’n blad reeds verschijnt. De heer Tammeling, werkzaam bij het nieuwsblad van het noorden, zegt, dat de directie van dit blad zich voor het plan interesseert. Voor productie zijn er reeds contacten met de Nederlandse Blindenbibliotheek in den Haag geweest. De c.c.n.n. [contactcommissie Noord-Nederland - red.] zal de zaak ook bespreken. Er moet in alle richtingen worden gepolst welke ambitie er voor zo’n blad bestaat. Op deze vergadering blijken 9 van de 23 aanwezige leden interesse te hebben.
De heer Breemhaar informeert vervolgens omtrent een cultureel paspoort voor blinden. Mej. Rijploeg zal deze zaak op de komende c.c.n.n.vergadering ter sprake brengen. Betreffende een zwemuur voor blinden, waarnaar ook wordt geïnformeerd, wordt gesteld, dat dit bij de huidige aanmelding van 13 gegadigden dubieus blijft.
Hierna wordt de vergadering gesloten.
(Overgeschreven door Klarinne Labooy-Koole.)