1953 was het rampjaar. Heel Nederland offerde en begrijpelijk wilde de blindenbond niet achterblijven. Het hoofdbestuur besloot de kosten van de bondsdag aan het rampenfonds te schenken. Het was voor velen een teleurstelling dat deze dag niet doorging, maar dat hierdoor anderen geholpen werden was een troost en een jaar is kort.
Er zijn dit jaar weer twee weekenden gehouden: op 10 en 11 mei voor jongeren en op 30 en 31 mei voor de ouderen. Beide werden door enkelen van onze leden bezocht en het blijkt dat dit hen goed bevallen is. De besprekingen waren leerzaam en interessant en wat van heel groot belang is, het contact met leden van andere bonden is zo nuttig. Dit contact met anderen is ook het streven van het bestuur. Zo is in november een vergadering gehouden van de afdelingen Twente, West-Overijssel, Groningen en de groep gieten. De groep Arnhem zal in het vervolg ook aanwezig zijn en wij geloven dat deze vergadering het gehele bondsleven ten goede zal komen.
Jaar in jaar uit zijn de circulaires van het vacantiekamp op de vergaderingen voorgelezen. Dit jaar zijn er echter drie van onze leden naar toe geweest en zij kwamen vol lof terug, zo zelfs dat zij dit jaar weer gaan en het bestuur hoopt dat er meer zullen volgen.
Tot slot spreken wij de wensch uit dat 1954 ons de sociale rechten zal mogen geven en ons de kracht om ervoor te strijden en, als dat nodig is, te blijven strijden, want eens zal men toegeven, dat een blinde recht heeft op de sociale rechten.
Kenmerkte 1953 zich als een jaar waarin onze bond zeer actief was in het optreden bij de regering om de pozitie van de blinden in het maatschappelijk leven zo sterk mogelijk te maken, in niet mindere mate drong de bond dit jaar bij onze regering aan om het bestaan van de blinden te verbeteren. Ook de plattelandsblinden hebben thans de aandacht van de regering. Plannen tot herscholing van blindgeworden personen zijn in ontwikkeling. Een maatschappelijk werker is reeds benoemd. En wel een onzer blinden, de heer Delver te Bussum. En de heer Tingen is benoemd tot directeur van de stichting het Nederlands blindenwezen. Wij willen hopen dat ook voor de plattelandsblinden betere tijden zullen aanbreken.
Dit jaar heeft het hoofdbestuur een actie op touw gezet om tot oprichting van een eigen vacantiehuis te komen. Deze actie is ingezet door middel van lepeltjesverkoop met opschrift en verloopt aardig bevredigend. Er is echter heel wat nodig eer wij in het bezit van een vacantiehuis zullen zijn.
(Overgeschreven door Klarinne Labooy-Koole.)