Geachte vrienden en mede bondgenoten van de afdeling Groningen van de Nederlandsche blindenbond,
In getrouwheid aan de aloude gewoonte om op een jaarvergadering het verslag van het verlopen jaar te geven, wil ik trachten u een overzicht te geven.
In januari 1937 telde onze afdeling 30 leden. Het bestuur werd als volgend samengesteld: De voorz. J. van Achteren, tweede voorz. Den heer H. Sintnicolaas. Wegens vertrek van mej. Beukema als secretaris, is verkozen den heer r. nieborg. Tweede secretaris den heer F. rieks. Faceture den heer H. buiter als penningmeester den heer H. heerenstein.
Het ledental is vrijwel gelijk gebleven. In het verloop van dit jaar hebben zich aangemeld als leden: den heer H. mus, den heer H. de jager, den heer visser en den heer H. dronrijp. Doch den heer peper bedankte. En mej. rechstein vertrok naar Huizen-Bussum. Verder gaf zich nog op den heer S. taai.
Ook het bestuur onderging eenige veranderingen. Onze voorz. den heer van achteren zag zich genootzaakt af te treden als voorz. Voor hem in de plaats werd gekozen den heer sintniekolaas. Als penningmeester en tevens als lid trad af den heer heerenstein. Voor hem werd gekozen den heer P. K. bijleveld. De verhouding onder het bestuur is zeer goed te noemen.
Wij hadden dit jaar 6 bestuursvergaderingen. (data niet overgenomen - red.) Er werden 5 huishoudelijke vergaderingen uitgeschreven. (data niet overgenomen - red.) De gezamenlijke opkomst der leden bedraagt 61 leden. Dus een gemiddelde opkomst van 12 leden. Dit is zeer slecht te noemen. Ik wilde de leden dan ook wel gaarne aanmoedigen om de vergaderingen in het vervolg wat trouwer te bezoeken. Wij zagen onze afdeling gaarne tot meerdere bloei gebracht. Wij dienen toch wel doordrongen te zijn van onze saamhorigheid.
Dit jaar zijn wederom 2 onzer leden naar het jaarlijkse congres geweest. Den heer h. sintnicolaas en den heer F. rieks. Er werden 2 voorstellen ingediend. Vrijstelling logies aan de vooravond van de bondsdag en vrijgeleidekaarten op de staatsspoorwegen. Bijde voorstelllen zijn afgewezen. Ook werd dit jaar weer een bondsdag gehouden. Ook van onze afdeling zijn er een vrij groot aantal heen geweest. Er werd besloten weer een proppagandaavond te houden en wel in februari 1938. Er werd besloten een commitee samen te stellen. Daartoe werden ongeveer 46 circulerres aan alle vooraanstaande personen verzonden. Wij hadden echter weinig resultaat, daar er op d eerst uitgeschreven vergadering slechts 4 op onze oproep gehoor gaven. Uit deze 4 vereenigingen werd ons 7 commiteeleden toegewezen. Zoo waren wij het bestuur en de aangewezen personen een groepje van 11 man. En zagen met goede moed de toekomst tegemoet. Ik vergat nog te vermelden dat de voorbereidende vergadering werd ingeleid door onze bondspropagandist den heer v. d. Berg.
Alvorens dit verslag te eindigen, rest mij nog de plicht om namens het bestuur om den heer marrink hartelijk dank te zeggen voor zijn belangeloze medewerking over het verloopen jaar. En waarderen het tevens dat hij besloten heeft om dit jaar weder de taak waarvoor hij reeds eenige jaren werkzaam is geweest op zich wilde nemen. Hiermede hoop ik u een voldoende overzicht gegeven te hebben.
Beste Roelof,
Hierbij het verslag. Ik hoop dat het je naar den zin is. Bijna vergat ik marrink er in te noemen. Maar zoo gaat het ook nog wel denk ik al staat het ook achter aan. Het spreekwoord is immers: lest best. Nu dat moeten ze dan ook maar van dit denken. Mij dunkt het is zoo wel in orde. Vind je het niet goed, dan moet je nog maar even een ander maken. Daar heb je dan nog wel tijd voor. Ik kan mij niet voorstellen dat ik nog wat vergeten heb. Doch het kan zijn. Nu Roelof groeten aan de vrouw en wees zelf met een stevige handdruk gegroet van je steeds toegenegen vriend.
(Overgeschreven door Klarinne Labooy-Koole.)