Van elk dezer afdelingen zijn 2 of 3 afgevaardigden aanwezig.
De heer Breemhaar (groningen) opent om3 uur deze bijeenkomst. Na allen hartelijk welkom te hebben geheten geeft hij een korte uiteenzetting omtrent het doel van deze bijeenkomst. Spreker herinnert aan het feit dat groningen verleden jaar een voorstel heeft ingediend op de bondsvergadering tot uitbreiding van het bondsbestuur, om zodoende meer contact te krijgen tussen het bondsbestuur en de afdelingen. Dit voorstel is toen verworpen, vervolgt spreker, maar toch is wel gebleken dat men wel behoefte heeft aan meer contact, vooral tussen de afdelingen onderling. Groningen heeft daarom het initiatief genomen tot het bijeenroepen van een besturenbijeenkomst van de noordelijke en oostelijke afdelingen van ons land. Het is niet onze bedoeling om een blok te vormen tegenover het westen en zeker niet tegenover het bondsbestuur, zegt spreker, maar wij zouden hier samen de punten kunnen bespreken, waar vooral deze afdelingen veel belang bij hebben en gezamenlijk onze voorstellen kunnen bespreken, alvorens wij deze indienen op de bondsvergadering of op de bondsraad. Tevens kunnen wij dan onze besluiten in de notulen vastleggen, welke dan aan elke afdeling afzonderlijk moeten worden toegezonden. Dit ter bespreking in de eigen ledenvergaderingen. Om vooral niet het idee van een blok te krijgen acht spreker het wenselijk om steeds wisseling te houden en geen vaste voorzitter en secretaris aan te wijzen. Na de wens uitgesproken te hebben, dat deze vergaderingen zeer nuttig zullen zijn, verklaart hij de bijeenkomst voor geopend.
De heer Creeman (zwolle) dankt de heer Breemhaar voor zijn duidelijke uiteenzetting. Hij verzoekt de heer breemhaar dan ook deze vergadering verder te leiden hetgeen laatstgenoemde aanvaardt.
Mejuffrouw Schipper (gieten) zal deze keer als secretaresse optreden, terwijl voor de volgende vergadering afdeling Twente wordt aangewezen om uit haar midden een voorzitter en secretaris te benoemen. Elke afdeling kan dan tot hen de problemen richten, waarna zij dan de agenda kunnen samenstellen.
De heer van Achteren (groningen) zag liever een vaste commissie, doch dit voorstel wordt met algemene stemmen verworpen.
Na een korte discussie wordt besloten de kosten gezamenlijk te dragen. Het is het beste om Zwolle als centraal punt aan te houden. Elke afdeling betaalt de kosten voor 2 afgevaardigden. Dit wordt dan gedeeld door 4. Wordden er meer dan 2 afgevaardigden gezonden, dan komen de kosten hiervoor voor eigen rekening.
Als eerste punt van de agenda wordt thans besproken: de samenwerking bij verkiezingen van bestuursleden voor de ned. blindenbond. De heer Creeman (zwolle) neemt hierover het woord. Hij is van mening dat we ervoor moeten waken, dat het platteland een vertegenwoordiger in dit bestuur heeft. Het behoeven er dus niet zoveel mogelijk te zijn, dat is juist de bedoeling niet, meent hij want dat zou weer op een strijd en blokvorming wijzen, maar het moet toch ook niet zo zijn, dat alleen het westen het bondsbestuur vormt of dat zij de meeste candidaten hebben. Spreker licht dit met een kort voorbeeld nader toe. De heer breemhaar (groningen) vindt dat alle afdelingen in het bondsbestuur vertegenwoordigd moeten zijn. Doch de heer Creeman acht dit niet noodzakelijk. De heer Waanders (twente) merkt op dat men toch vooral moet letten op de geschiktheid van de candidaten en dat we voor wisseling moeten zorgen, vooral door jonge krachten als dat nodig blijkt te zijn. De heer van Ordel (west-overijssel) en st. Nieklaas (gieten) merken op, dat er in deze afdelingen dan moeilijk geschikte candidaten te vinden zullen zijn, omdat er weinig jongeren zijn. De heer waanders (twente) is het daarmee volstrekt niet eens. De heer Creeman (west-overijssel) merkt op, dat het platteland toch een hele groep is, want ook de afdelingen Noord-holland en Zeeland zijn plattelandsafdelingen. Men moet het meer in groepsverband bekijken. De voorzitter zegt dat de stedelingen toch heus ook wel voor de belangen van het platteland kunnen opkomen, doch de vergadering is het niet met hem eens. Vooral de heer Creeman bestrijdt dit. Men besluit nu, dat het het beste zal zijn de candidaten van vliet en koster te herkiezen, daar zij goede krachten zijn. Ook wordt besloten de heer frieman als secretaris te kiezen. Elke afdeling kan natuurlijk een bespreking hierover houden, zodat de leden een inzicht over deze candidaten krijgen. De heer waanders (twente) vreest voor een tegenovergesteld resultaat. De voorzitter zegt dat we best een bepaald persoon kunnen voordragen met een duidelijk advies. De heer creeman stelt voor dat elke afdeling een circulaire laat maken voor eigen rekening waarin duidelijk verzocht wordt op de candidaten frieman, van vliet en koster te stemmen. Dit voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
Thans wordt het tweede punt, het ontwerp “centraal bureau maatschappelijk werk voor blinden” in bespreking genomen. Nadat dit ontwerp is voorgelezen geeft de heer waanders een korte toelichting. Het is de bedoeling dat er een behoorlijke administratie van alle blinden komt. De bemoeiingen van de maatschappelijke werkers zal de praktijk moeten uitwijzen. De heer creeman vertelt dat overijssel subsidie heeft gevraagd voor een vertrouwensman der blinden. Dit is eigenlijk een betere naam. Deze zal de blinden regelmatig moeten bezoeken, hem met al zijn problemen trachten te helpen door met zijn huisgenoten te spreken en hen voor te lichten. Ook zal hij een opleiding moeten zoeken en ten slotte werk. De uiteindelijke bedoeling is natuurlijk nog steeds een werkplaats voor blinden. De voorzitter is van mening dat men niet zo ver moet gaan. De heer waanders merkt op dat de taak van een maatschappelijk werker moeilijk te omschrijven is. De praktijk zal dat moeten uitwijzen, zegt hij. De voorzitter vraagt of deze vertrouwensman der blinden een blinde of een ziende zal worden. De heer creeman antwoordt dat dit van veel zal afhangen. Als het kan wil men een blinde aanstellen maar indien dit niet mogelijk is zal het een ziende worden. Zo is het ook het geval met de maatschappelijke werkers. Ten slotte is een dergelijk bureau nog maar een begin. De voorzitter vraagt waarom de instituten eigen maatschappelijke werkers gaan aanstellen. Hij is van mening dat men ten slotte toch op elkaar ingesteld moet zijn. De vergadering is het hiermee volkomen eens, doch de heer creeman zegt dat het nu eenmaal 2 omlijnde diensten zijn. De voorzitter zou in iedere provincie een maatschappelijk werker willen zien. De vergadering is het met hem eens, doch de heer creeman zegt dat er dan nog veel moeilijkheden overwonnen moeten worden. Als overijssel zijn vertrouwensman der blinden krijgt, zou dit een voorbeeld kunnen zijn voor andere provincies meent hij. Hiervoor is samenwerking de enige oplossing. Daar er in drente geen afdeling van de chr. En r.k. blindenbonden is, zou het goed zijn, als groningen en gieten hierin samen gingen, daar beide afdelingen toch niet zo groot zijn. Met de beide andere organisaties zal men dan moeten trachten een commissie te vormen, welke moet bevorderen, dat ook in groningen en drente de vertrouwensman der blinden wordt aangesteld. De heer van essen (twente) vraagt of het geen moeilijkheden zal opleveren als iedere provincie een eigen maatschappelijk werker heeft. De heer creeman meent stellig niet, daar er nog veel te doen is.
Thans komt het volgende punt: het raport van de sociaal economische raad van 13 mei 1952 advies inzake de toepassing van sociale verzekeringswetten ten aanzien van blinden en andere categorieen minder validen” en in aansluiting hierop “de positie van de blinden op het platteland” aan de orde. Enkele uittreksels worden voorgelezen en de voorzitter geeft nog een korte toelichting. De vergadering vindt dat dit een punt is voor de aanstaande vergadering van de bondsraad. De voorzitter merkt op, dat het er naar uitziet, dat ook ditmaal weer de groep van het platteland vergeten wordt. De voorzitter stelt voor dat hij hierover een advies zal opmaken en dit rondzenden, hetgeen door de vergadering wordt goedgekeurd.
Over het volgende punt: het gezamenlijk overleg bij het indienen van voorstellen voor de bondsraad en de bondsvergadering, wordt slechts kort gesproken, daar de tijd dringt. Over de wenselijkheid van dit gezamenlijk overleg is men het volkomen eens.
Twente heeft een voorstel, gieten twee.
Twente stelt voor een actie te voeren tegen de zwendel, die steeds erger schijnt te worden. Hierover volgt nog een korte discussie. De voorzitter vindt dat iedere afdeling een lijst moest hebben van verdachte verenigingen. De heer waanders zegt dat twente desnoods zelf een actie wil voeren. De heer creeman is van mening dat men moet bevorderen, dat het verboden wordt op provisie voor philantropische instellingen te corporeren. Ook wil hij de rechterlijke macht inschakelen.
Gieten stelt voor te bevorderen, dat bij een mogelijke blindenrente het klassensysteem vervalt. Tevens stelt Gieten voor pogingen bij de regering aan te wenden om deze te bewegen de omzetbelasting op geleidehonden en andere benodigdheden voor blinden af te schaffen, alsmede de invoerrechten op buitenlandse apparaten. De vergadering steunt ook deze voorstellen en besluit deze, plus eventueel andere, gezamenlijk in te dienen.
Om half zeven sluit de voorzitter de vergadering met een hartelijk woord van dank aan alle aanwezigen voor hun opkomst en voor de prettige medewerking tijdens deze vergadering. Ook de heer waanders richt nog een kort woord van dank tot de heer breemhaar voor dit initiatief. Hij vindt dat deze bespreking zeer nuttig is geweest. Met de wens dat een dergelijke bijeenkomst zich mag herhalen, gaat de vergadering uiteen.
Zwolle, 3 october 1953.
(Overgeschreven door Klarinne Labooy-Koole.)