Brieven


Brieven over de lonen


Groningen, 8 juli 1940


Geacht bestuur,

Bij deze nemen wij de vrijmoedigheid om met een verzoek tot u te komen. Daar de levens standaard in de laatste tijd schrikwekkend gestegen is, en onze loon toch al niet hoog genoemt kan worden, zagen wij op dit bestaande loon indien het u eenigszins mogelijk was, een duurte toeslag van f2,50 gaarne toegewezen. Wij wenden ons tot u daar wij toch mogen hopen dat u de billijkheid van dit verzoek kunt inzien.
Uw antwoord gaarne tegemoet ziende verblijven wij hoogachtend
het bestuur der Groninger blindenbond.
De secretaris R. Nieborg.

Groningen, 14-10 1945 (aan het hoofdbestuur - red.)


Waarde heer Bunk,

Uw schrijven heb ik ontvangen en wij zullen het zoo gauw mogelijk afwerken. Wij hebben kort geleden een ledenvergadering gehouden. Daar is ondermeer behandelt de lonen kwestie. Er werd met algemeene goedkeuring besloten om als het mogelijk was, aanvraag tot verhoging van de thans bestaande loonen. Op het oogenblik bedragen de uitkeeringen per persoon vijftien gulden, vijftien centen. In 1942 bedroeg het loon dertien gulden, twee en zeventig centen. Kunnen wij het recht van 25 procent verhoging op de in 1942 geldende loonen ook voor ons doen gelden? Zo ja, zou dan het hoofdbestuur een schrijven willen richten tot de wethouder van sociale zaken Molendijk te Groningen. Zoodat den heer Molendijk dan met de voorzitter der Groningse blindenvereeniging in contact kon treden. Daar de voorzitter der genoemde vereeniging ons steeds met een kluitje in het riet stuurt. En wij denken dat een schrijven van het hoofdbestuur wel iets meer uitwerken zal.
Wij hebben ook een uitgewerkt programma van de Noordveeluwse blindenbond behandelt, en wij hebben dit stuk met algemeene stemmen goedgekeurd. En wij vragen dan ook aan u om dit programma ter bekwame tijd aan de regering voor te leggen.
Dan heb ik hier drie leden aan te geven. Het zijn de heeren J. dronrijp, de heer G. Nieveen en den heer F. Jansens. Den heer Schraels heeft zich ook weer bij ons aangesloten. Hij is zijn schrijfmachine, een piecht, bij de brand van den heer Bresser, tijdens de Duitschers, kwijtgeraakt. U weet zeker ook geen middel op het oogenblik dat hij er weer een kan aanschaffen.
Nu heb ik nog een vraag aan het hoofdbestuur. Den heer van Agteren vraagt of de bond ook in staat zou zijn om voor hem een gehoorapperaat met beengeleiding aan te schaffen. Hij heeft alles al geprobeert, maar hij kon er geen machtig worden. Schrijft u zo spoedig mogelijk even over het een en ander terug?

Gegroet, de secretaris, R. Nieborg.

Aan het bestuur der groningschde blindenvereeniging


Geacht bestuur,

De afdeeling Groningen van de Nederlandsche blindenbond neemt bij deze de vrijheid, het volgend verzoek tot uw bestuur te richten.
Gelijk bij u bekent is, zijn de laatste tijd de kosten voor het levensonderhoud zoals levensmiddelen, kleding, schoeisel enz. belangrijk gestegen. Het is daarom voor hen die aan uw werkinrichting verbonden zijn, ten eenemale onmogelijk, van het lage loon dat zij hier verdienen, zelfs op bescheiden wijze rond te komen. Zooals uw bestuur weet bedraagt het loon f13,73 per week. Reeds was het voor den oorlog uiteraard moeilijk om van dit loon een gezin te onderhouden, doch de laatste tijd is dit geheel onmogelijk. Als uw bestuur zou willen na gaan, welke de onmiddellijke en noodzakelijke uitgaven voor de gezinnen der tewerkgestelden zijn, b.v. huishuur, licht, verwarming, premie-ziekenfonds, levensmiddelen kleding enz. dan is het u duidelijk dat het tegenwoordige loon van f13,73 in dezen duren tijd, geheel onvoldoende is. Daarom wendt de afdeling van de groningsche blindenbond zich met vrijmoedigheid tot uw bestuur met het verzoek een duurte toeslag van f2,50 per week op het loon te willen toekennen en uitkeren. Met deze verhoging van het weekloon zal het de blinden althans eenigszins mogelijk zijn, in hun behoeften en die van hun gezinnen te kunnen voorzien. Zoo het uw bestuur onmogelijk is, uit eigen middelen deze duurte toeslag te verleenen, zoo verzoeken wij u dan, eventueel in samenwerking met onzen bond, met mr. H. van Groningen in verbinding te willen treden, teneinde genoemde dienst te verzoeken, de subsidie aan de werkinrichting te willen verhogen, omdat hierdoor de verzochte duurte toeslag kan worden uitgekeerd. Wij mogen uw bestuur erop wijzen dat dat aan alle werkinrichtingen voor blinden in ons land, het loon hoger is dan in groningen. In alle grote steden des lands zijn de uitgaven voor gemeentelijke blindenzorg belangrijk hoger dan hier ter stede. Daarom meent onze organizatie dat het zeer billijk zou zijn, als ook hier van gemeente wege meerdere gelden voor blindenzorg beschikbaar gesteld zouden worden. Wij zijn overtuigd dat het uw bestuur diepen ernst is, met de behartiging van de maatschappelijke belangen der blinden en dat u er inderdaad naar streeft de blinden een behoorlijk bestaan te verzekeren en hen alzoo op te heffen uit een toestand van armoede en de geestelijke vertwijfeling. Daarom doen wij met een sterk vertrouwen dit verzoek en spreken de wens uit dat uw bestuur bereid is, spoedig deze duurte toeslag te willen toekennen. De tijdsomstandigheden zijn zwaar en drukkend. Uiteraard ook zeer om ons blinden. Zoo zien wij met belangstelling uw gunstige beslissing tegemoet en zijn desgewenst gaarne bereid, dit verzoek nog mondeling toe te lichten.
U bijvoorbaat dankende voor uw medewerking, verblijven wij, namens de afdeling Groningen,

De secretaris, R. Nieborg.

Groningen, 8 december 1945


Geachte heer Molendijk,

Naar aanleiding van een vrijdag 7 december gehouden ledenvergadering van de groningsche blindenbond is mij verzocht u nogmaals te verzoeken om haast te maken met de u bekende loonkwestie. Daar zoo half en half bekend is gemaakt dat wij zoo ongeveer half december weer aan het werk zullen moeten gaan. En wij vrezen indien wij dit zullen doen, dat van verhoging van het thans uitgekeerde geld geen sprake zal zijn. Voor dit loon zullen wij in deze dure omstandigheden toch niet aan kunnen vangen. En wij zagen dan ook graag door uw bemiddeling, voor het genoemde aanvangstermijn een antwoord van u. U, hoogachtend, groetend: de secretaris, r. Nieborg, der Groningsche blindenbond.

Den haag, 12,3 1946


Waarde heer Nieborg.

Uw brief ontvangen en met de andere beide leden van het dagelijks bestuur besproken. We zijn van meening dat getracht moet worden in alle geval die toeslag op de loonen voor de Groningsche blinden te verkrijgen, waarbij dan tevens getracht moet worden eenzelfde toeslag te verkrijgen voor die werkers, die buiten Groningen wonen van betrokken gemeenten. In verband hiermede zal het ook wel wenschelijk zijn, dat, waar de heer Plas de eerste besprekngen gevoerd heeft, dat hij ook deze bespreking met den wethouder medemaakt en zullen wij hem dan ook verzoeken dit te willen doen. De propagandist is nog niet in actieven dienst, kan zich, waar hij een andere betrekking heeft, ook niet zoo gemakkelijk vrij maken, zoodat hij dus niet naar Groningen zal komen. Het is den heer Plas daarenboven ook best toevertrouwd. Ik zal hem verzoeken u te berichten wanneer hij in Groningen aankomt. Inmiddels hoop ik zeer dat een en ander een goed verloop zal hebben en verblijf inmiddels met vriendelijke groeten,
Hoogachtend,

B.A. Bunk, secretaris, van Loostraat 104

Groningen, 24 april 1946


Weledele heer Molendijk,

Het is nu ruim vijf weken geleden dat wij een bespreking gehad hebben en wij hebben sindsdien niets meer van deze zaak gehoord… Zou u ons aangaande deze kwestie ook iets nader kunnen melden? Verder verblijven wij, u bijvoorbaat hartelijk dankend, het bestuur der Groningsche blindenbond.

De secretaris R. Nieborg.

Groningen, 7 mei 1946


Weledele heer Molendijk,

Door deze laten wij u weten dat het hoofdbestuur ons een schrijven gezonden heeft, over het welslagen van uw poging om onze lonen vijftig procent omhoog te krijgen. Wij zeggen u langs deze weg dan ook onze hartelijke dank voor al uw werk dat gij u hebt getroost. Doch een ding hadden wij gaarne gemeld gezien: wanneer zal die verhoging ingaan? Als de genoemde verhoging niet eerder zou ingaan dan wanneer de werkplaats aan de gang komt dan duurt het volgens zeggen nog maanden. En de levensomstandigheden zijn thans ook zwaar, de meeste blinden hebben er dan ook zwaar mee te kampen. Zou hier misschien op het oogenblik ook een verandering in gebracht kunnen worden? Uw edele’s antwoord tegemoet ziende, verblijven wij u bijvoorbaat dankend, het bestuur.

De secretaris, R. Nieborg.

Brief over uitkering


Groningen, 13 augustus 1945


Aan het bestuur der groningse blindenvereeniging

Het bestuur der Groningsche blindenbond heeft vernomen dat het geld aan den heer Babtisten die 29 maart 65 jaar geweest is nog door betaalt wordt. Dit heeft den heer Venekamp bewogen zich door middel van het bestuur zijner organizatie tot u te richten, met de vraag waartoe dit onrechtvaardig onderscheid. Het is hem niet te doen dat u het geld van den heer Babtisten zult intrekken, maar wel dat hij op een lijn met Babtisten wordt gesteld, daar hij thans maar f7,50 van het armbestuur ontvangt. Hopende dat u het recht van den heer Venekamp zult erkennen, verblijven wij uw antwoord tegemoet ziende, het bestuur der groningsche blindenbond.

(Overgeschreven door Klarinne Labooy-Koole.)



terug naar de beginpagina van Afdeling Groningen